Het laatste weekend van augustus is de Ultra Trail du Mont Blanc (UTMB) in Chamonix en hierdoor geïnspireerd  hadden Frank en ik het plan opgevat om in de week erna over dezelfde paadjes een rondje van 100 km te gaan trailrunnen/speedhiken. In vier dagen en zonder de drukte van een georganiseerde wedstrijd. Na een weekend voor de TV te hebben gehangen om de UTMB te volgen, was de zin om te gaan er helemaal en dinsdag 5 september was het eindelijk zo ver, de start van ons geplande weekje afzien in de Alpen.

Om half negen nemen we de bus van Chamonix naar Courmayeur. Bij de kerk van Courmayeur worden de Suunto’s gestart en gaan we hardlopend richting het kerkje van Chamonix. We hadden er rekening mee gehouden dat de snelheid vanwege de lengte en bepakking een stuk lager zou liggen dan bij een normale trailrun, maar de eerste en de laatste kilometer wilden we in ieder geval wel rennend afleggen. Dat plan kan meteen de prullenbak in! Bij de kerk de bocht om gaat de weg al te steil omhoog voor ons laaglanders om te blijven hardlopen. En met nog 99 kilometer te gaan willen we ook niet meteen in het rood gaan lopen. Speedhiken dus maar, zoals vrijwel de hele route het geval zal zijn.

Zuidkant van de Mont Blanc

Het eerste doel is rifugio Bertone na zo’n vier kilometer en een flinke klim. Was het bij de bushalte nog fris, hier in Italië schijnt de zon volop en kan de lange broek uit en de hele week komt die ook niet meer uit de rugzak. Net als de regenkleding trouwens. Het weer is de hele week perfect om te lopen. Bij Bertone vullen we water bij en gaan we via de Col du Sapin op weg naar rifugio Bonatti voor een flinke kop soep en een cola. De bestelde soep blijkt bonensoep met een scheut olijfolie te zijn….mijn darmen raken al in paniek, maar gelukkig kom ik zonder problemen de rest van de dag door.  De tijd dat we onderweg zijn is langer dan we hadden gepland en aangezien refugio Elena vol zit overnachten we in Alpage de la Peule, wat betekent dat we de eerste dag ook nog de Grand Col Ferret over moeten. Tijdens de UTMB sneeuwde het nog op deze Col, maar nu is er alleen maar veel wind. De Col is zwaar, maar de zuidkant van de Mont Blanc is schitterend om te lopen en de omgeving geeft voldoende energie om voor het avondeten na ruim acht en een half uur (28,6 km / 2535 m D+) de hut te bereiken.  La Peule is tevens een kaasmakerij en op het menu staat dan ook iets met kaas: een soort mega-tosti. De geur van de raclette kaas zorgt er voor dat de slaapzaal waar het normaal vooral naar zweetvoeten stinkt, nu toch vooral naar kaas ruikt. Zoals in veel hutten is het om tien uur “hüttenruhe” en begint om vijf over tien het gesnurk….oordopjes zijn een nuttig item op de paklijst! La Peule is een gezellige kleine hut en zeker een aanrader om te overnachten.

Laatste meters naar La Peule

‘s Ochtends een snel ontbijt, rugzak inpakken, een check van het weer en dan weer op pad richting Relais d’Arpette in Champex-Lac.  Het eerste stuk naar La Fouly gaat naar beneden en loopt lekker door. Gisteren hing de rugzak toch wel erg op de schouders, maar vandaag lijkt dat minder vervelend te zijn. Alles went blijkbaar. De benen zijn ook al snel weer gewend aan het ritme. Pijntjes blijven weg en dat is mede te danken aan de sportmassages van John en aan de triggerpoint behandelingen van Ida. Dank!

In het dorp duiken we het supermarktje in voor chocola en bananen. Het pad dat volgt is relatief vlak en dat geeft de benen wat tijd om te herstellen en geeft ons een boost omdat de gemiddelde snelheid flink hoger ligt dan gisteren. We wijken vandaag af van de normale route van de Tour du Mont Blanc (TMB) en kiezen voor een omweg via de Cabane d’Orny, een SAC hut waar ik ooit begin jaren ’90 ben geweest om te klimmen. Vanaf Praz de Fort is het een lange klim (daar gaat onze hogere gemiddelde snelheid!) naar ongeveer 2700 meter via een pad waar we urenlang niemand tegenkomen.  Op een gegeven moment moeten we bij een splitsing kiezen voor het laatste stukje klimmen naar de hut of de afdaling richting Arpette. Gezien de tijd kiezen we voor de afdaling en slaan we een bezoek aan deze hut helaas over. Na weer een dag van zo’n acht en een half uur (26,2 km / 1668 m D+) komen we aan bij Relais d’Arpette en kunnen we de kamer upgraden naar een tweepersoons kamer met eigen douche en WC. Daar hoeven we niet lang over na te denken!

‘s Avonds zitten we bij twee jonge Belgen aan tafel en zo dom zijn die Belgen niet: zij hadden gekozen voor bagagetransport. Zij waren net als ons onderweg ook een zwaarbeladen paard tegengekomen en ik zei daarover nog tegen onze tafelgenoten dat je toch niet je bagage laat transporteren. Dat draag je toch zelf! Maar dat hoeft dus niet, een tip voor wie de route ook wil doen en niet met een zware rugzak wil lopen.

Klim naar Cabane d’Orny

Fris en uitgeslapen beginnen we aan dag drie, de zwaarste dag, van Arpette naar Lac Blanc via Fenetre d’Arpette en Col de Balme. We lopen zo’n beetje twee keer zo snel als de gemiddelde wandelaar, maar vandaag zijn er meer snelle lopers op pad en we worden zowaar een keer ingehaald. Het lijkt dat dit “bagagetransport trailrunners” zijn, of geniale inpakkers die spullen voor vier dagen in een 12 liter rugzakje kunnen krijgen.

We beginnen na de hut meteen aan een lange klim en we komen eigenlijk ook snel weer in een ritme. Naarmate we hoger komen wordt de klim ook technischer en is het op een gegeven moment zelfs alpien terrein te noemen. Mijn natuurlijke habitat! Boven wacht vanwege de lager liggende bewolking misschien wel het mooiste uitzicht van de week. Maar het is er ook koud en lang genieten we niet van dit uitzicht, de technische afdaling ligt te wachten.

Fenetre d’Arpette

Beneden komen we bij Chalet du Glacier aan en bestellen we een heerlijke kop bouillon en probeer ik zoveel mogelijk te genieten van een Snickers van €3….Zwitserland is niet goedkoop en ze rekenen ook nog eens met de formule 1 CHF = 1 EUR.

Met nieuwe energie klimmen we aan de andere kant van het riviertje weer omhoog naar refuge Les Grands en verder naar refuge du Col de Balme. In deze hut is het tijd om wat te eten, maar bestellen valt nog niet mee….de hut wordt gerund door een hoogbejaard echtpaar dat een lichte vorm van dementie lijkt te hebben en ook niet meer zo goed hoort. Tot vijf, zes keer toe wordt ons gevraagd wat we ook alweer hadden besteld. De hut kan ook wel een grondige opknapbeurt gebruiken en het is zeker geen aanrader om hier te overnachten. Dat is best jammer, want de locatie is schitterend.

Op weg naar Col de Balme

Via de Col des Posettes dalen we af richting Tré Le Champ, waar Frank een voorraadpot in de bosjes had verstopt toen we daar een aantal dagen geleden langsreden. Die pot ligt er nog steeds. Het is al laat aan het worden en we willen nog helemaal naar La Flegere. Het oorspronkelijke doel was Lac Blanc, maar die hut zit vol. Het is nog 700 meter klimmen naar Flegere en het zou net kunnen lukken om voor het eten in de hut te zijn. Uiteindelijk valt de klim nog best mee en komen we rond zes uur aan in de hut, na een dag van ruim tien uur (29,2 km / 2546 m D+). Hiermee zit het zwaarste stuk van de route er op, morgen is een relatief korte dag met vooral veel afdalen. Flegere is weer een wat primitievere hut met een slaapzaal, maar na een zware tocht komt de slaap snel en maakt het niet uit in wat voor soort bed je ligt of hoe stoffig de dekens zijn.

Vrijdagochtend is weer een stralende dag en het belooft dus een mooie laatste etappe te worden. Vanuit Flegere gaan we op weg naar de Col du Brevent en daarna achterlangs via Brevent naar refuge de Bellachat. Van hieruit zien we Chamonix in het dal liggen en we weten dat we de geplande 100 km gaan halen! Na nog een laatste blikje cola en een kop thee moeten de benen nog één keertje aan het werk. De finish is in zicht. Wat het voor mij makkelijker maakt is het feit dat Chamonix de laatste paar jaar bijna een tweede thuis is geworden en dat ik de paadjes aan deze kant van de Mont Blanc goed ken. Dat loopt toch makkelijker op de een of andere manier. De afdaling van Bellachat had ik in juni al eens gedaan en ik vroeg me toen al af hoe het in september zou zijn. Zouden we naar beneden komen strompelen of nog fris en fruitig over de paadjes rennen? Alle training op de heuvels in Nijmegen en Doorwerth werpt zijn vruchten af: we komen makkelijk beneden.

Col du Brevent

Als we bijna in Chamonix zijn meen ik opeens een bekend gezicht te zien. Het is inderdaad Elien van Mountain Network Arnhem. Na een kort praatje lopen we door naar het kerkje van Chamonix waar we na vijf en een half uur aankomen sinds ons vertrek bij La Flegere (18,7 km / 928 m D+) . Dit brengt de totale afstand op 103 km waarin we 7677 hebben geklommen (en gedaald) en die we in een dikke 30 uur hebben afgelegd.

De bakker ligt tegenover de kerk en de Franse broodjes smaken heerlijk! Na de lunch checken we in bij hotel Heliopic voor een welverdiende middag in de spa. Zittend in een bubbelbad met uitzicht op de Mont Blanc beginnen de ideeën voor een nieuwe tocht al op te borrelen. Maar eerst nog maar eens nagenieten van deze geslaagde week met Frank. Wat begon als een idee voor Frank’s vijftigste verjaardag zorgde met het plannen, het uitzoeken, het samen trainen en daarna het daadwerkelijke uitvoeren voor veel plezier. Laten we maar niet wachten tot mijn vijftigste verjaardag om weer zoiets te ondernemen.

Strava links:

  1. Dag 1 – Courmayeur -> La Peule
  2. Dag 2 – La Peule – > Arpette
  3. Dag 3 – Arpette -> Flegere
  4. Dag 4 – Flegere -> Chamonix

Gear Info:

Voor de gearfreaks een aantal  items op een rijtje:

  • Schoenen: La Sportiva Mutant – Probleemloos. Goede demping en grip;
  • Sokken: Injinji Trail Midweight – Na schoenen het belangrijkste van de uitrusting;
  • Rugzak: Ultimate Direction Fastpack 25 – Vond zelf de last te veel op de schouders zitten, maar na de eerste dag leek dit beter te gaan. Denk toch dat ik volgende keer een klassieke rugzak mee zou nemen. Gewicht inclusief 1 L water was ongeveer 6,5 kilo;
  • Windjack: OMM Sonic – Licht en doet wat het moet doen. Redelijk ademend;
  • Shirt: OMM Trail Tee – Vier dagen in gelopen zonder problemen. Niet te dun zodat het ook nog wat isolatiewaarde heeft;
  • Broek: Patagonia Nine Trails Short Unlined – Zonder binnenbroek en daarom ideaal i.c.m. een merino base layer;
  • Poles: Leki Micro Magic – Licht en met trigger shark systeem voor een perfect krachtverdeling;
  • Bril: Cébé S’Track Pro;
  • Handdoek: Sea to Summit DryLite Towel, maat M – maatje kleiner was ook goed geweest (helft van het gewicht);
  • Stuffsacks: Exped Cord Drybag UL – ideaal om spullen droog te houden in de rugzak. Wegen niets en de cord versie vind ik persoonlijk makkelijker dan de fold versie (sneller openen/sluiten, makkelijker om de lucht eruit te krijgen) ;
  • USB lader: Xtorm 4 poorts lader – hutten hebben stopcontacten, maar die zijn tegenwoordig snel ingepikt. Een 4 poorts USB lader maakt het makkelijk om te sharen;
  • Powerbank: Xtorm AL420 Waterproof (10.000mAh) – zou genoeg zijn geweest voor vier dagen, dus volgende keer USB lader of Powerbank in plaats van beiden.

Niet meegenomen en ook niet gemist: hoofdlamp. Telefoon heeft een zaklamp en ook de Xtorm powerbank heeft een lampje, dat werkt goed genoeg. Neem wel een hoofdlamp mee als je in het donker denkt te gaan lopen.